Magnetic Fields at Uranus

Abstract

Het magnetisch veldexperiment op het Voyager 2 ruimtevaartuig onthulde een sterk planetair magnetisch veld van Uranus en een bijbehorende magnetosfeer en volledig ontwikkelde bipolaire masnetische staart. De losgekomen boegschokgolf in de supersonische zonnewindstroom werd stroomopwaarts waargenomen op 23,7 Uranus-radii (1 RU = 25.600 km) en de grens van de magnetopauze op 18,0 RU, dicht bij de planeet-zonlijn. Een miaximum magnetisch veld van 413 nanotesla werd waargenomen op 4.19 RU, net voor de dichtste nadering. De eerste analyses laten zien dat het magnetische veld van de planeet goed wordt weergegeven door dat van een dipool die 0.3 RU van het centrum van de planeet is verwijderd. De hoek tussen de vector van het impulsmoment van Uranus en de vector van het dipoolmoment heeft de verrassend grote waarde van 60 graden. In een astrofysische context kan het veld van Uranus dus worden beschreven als dat van een schuine rotator. Het dipoolmoment van 0,23 gauss R3U, gecombineerd met de grote ruimtelijke afwijking, leidt tot minimum- en maximummagnetische velden aan het oppervlak van de planeet van ongeveer 0,1 en 1,1 gauss, respectievelijk. De rotatieperiode van het magnetisch veld en dus van het inwendige van de planeet wordt geschat op 17,29± 0,10 uur; de magnetotail draait met dezelfde periode om de planeet-zonlijn. De grote afwijking en kanteling leiden tot aurorale zones ver van de polen van de planeetdraaiingsas. De ringen en de manen zijn diep in de magnetosfeer ingebed, en door de grote dipoolkanteling zullen zij een diepgaande en van dag tot dag variërende invloed hebben als absorber van de ingesloten stralingsgordeldeeltjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.